Advies 259: Aanvullen referentie? Beoordeling van referenties op juiste wijze?

(21 september 2015)
Publicatiedatum: 
maandag, 5 december 2016

Het is van belang dat (i) het voor een inschrijver volstrekt duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. De Commissie is van oordeel dat deze toetsingsmaatstaf ook dient te worden gehanteerd ten aanzien van kwalitatieve selectiecriteria.

Klager heeft verzocht haar beschrijving van een referentie te mogen aanvullen met een tekstfragment dat is weggevallen. Hoewel aannemelijk is dat er sprake is van een kennelijke omissie, zou aanvulling neerkomen op het indienen van een nieuwe inschrijving, wat duidelijk in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou zijn. Ook is duidelijk dat niet objectief kan worden vastgesteld of de in te dienen nieuwe gegevens dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Beklaagde heeft gedeeltelijke demontage hoger gewaardeerd dan volledige demontage, maar deze voorkeur is niet uit de aanbestedingsstukken af te leiden. Toekennen van 0 punten voor referenties omdat daar sprake was van complete demontage is dan ook in strijd met het beoordelingsmodel.

Een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige gegadigde moet hebben begrepen – ook al gaat het in de betreffende paragraaf van de Selectieleidraad om de eisen en niet om de selectiecriteria – dat het tezamen met een andere onderneming die geen deel uitmaakt van zijn combinatie uitvoeren van een referentiewerk tot gevolg kan hebben dat niet de maximale score voor dat referentiewerk wordt toegekend.

Gevraagd is een referentie van het realiseren van een multifunctioneel gebouw. In de door klager ingediende omschrijving van het referentiewerk wordt gesproken over twee concertzalen, documentatiecentrum, kantorenblok, grand café en een publieke ruimte. Naar het oordeel van de Commissie blijkt hier uit dat het gaat om een multifunctioneel gebouw. Dat betekent dat beklaagde bij de beoordeling van dit referentiewerk onjuist heeft gehandeld door punten af te trekken voor de afwezigheid van winkels in het gebouw.