Advies 277: Geen strategische inschrijvingen bij aanbesteding busvervoer vastgesteld.

(30 september 2015)
Publicatiedatum: 
dinsdag, 13 maart 2018

Europese openbare aanbesteding van een raamovereenkomst met één ondernemer voor besloten busvervoer in Europa. Volgens klager dient er een logische relatie tussen de uurtarieven te bestaan. Dat betekent een stijgend verloop van tarief 1 tot en met 3. Alle inschrijvers hebben daarentegen volgens beklaagde ingeschreven met juist een dalend verloop van tarief 1 tot en met 3., hetgeen een onlogische relatie is. Zij hebben daarbij waarschijnlijk allen het strategische model van zittende opdrachtnemer (en winnaar) X gevolgd. Beklaagde heeft echter de inschrijvingen niet conform het prijzenblad beoordeeld en acht een dalend verloop wel logisch.

De Commissie gaat uit van de juistheid van de door klager ingehuurde deskundige Y. Deze deskundige is in zijn rapport uitgegaan van de gemiddelde waarden als snelheid, beladen uren, loonkosten, etc. per rit in de drie staffels en berekent daarmee de gemiddelde kostprijs per rit, die vervolgens gedeeld wordt door het gemiddeld aantal beladen uren per rit. Y heeft in zijn calculatie geen rekening gehouden met het aantal ritten, dat per staffel aanzienlijk verschilt: achtereenvolgens 11.000, 1.500 en 800. Er is volgens de Commissie ook een heel andere kostprijsberekening mogelijk, die wel rekening houdt met die aantallen. In die berekening worden de totale verwachte kosten per jaar berekend, waarna een bepaalde verdeling over de drie staffels wordt gekozen die tot een winstgevend contract leidt. Bij die verdeling speelt een grote rol het feit dat er zeer veel korte ritten zijn en relatief erg weinig lange ritten, waardoor een belangrijk deel van de omzet behaald zal moeten worden met die korte ritten.

Beklaagde heeft met de aantallen ritten wel rekening gehouden in het beoordelingsmodel door voor de drie staffels wegingsfactoren van achtereenvolgens 50, 30 en 20 te hanteren.

De Commissie acht het aannemelijk dat de andere inschrijvers andere aannames hebben gemaakt bij hun kostprijsberekening en mogelijk ook meer dan klager heeft gedaan bij hun kostprijzen rekening hebben gehouden met de aantallen ritten en de wegingsfactoren.

Bij aanbestedingen waarbij de staffeltarieven worden omgerekend tot afzonderlijke scores met relatieve formules is het bij het bepalen van de strategie mogelijk om manipulatief in te schrijven doordat het bieden van een extreem lage prijs in een bepaalde staffel tot gevolg heeft dat alle andere inschrijvers bij die staffel een zeer lage score behalen. In de onderhavige aanbesteding is dat onmogelijk omdat de staffeltarieven met behulp van de wegingsfactoren worden omgerekend tot een fictieve totaalprijs.

Wanneer inschrijvers hun strategie afstemmen op de wegingsfactoren - en dat is volgens vaste jurisprudentie toelaatbaar - dan zullen zij bij het uurtarief voor korte ritten, dat het zwaarst weegt, een relatief laag bedrag invullen en dat compenseren door bij het uurtarief voor lange ritten een relatief hoog bedrag in te vullen. Aangezien de andere inschrijvers dalende uurtarieven hebben ingevuld, zullen zij de hiervoor beschreven strategie, wanneer zij daar überhaupt voor gekozen hebben, in ieder geval slechts met mate hebben toegepast. De andere inschrijvers zouden met meer recht van spreken kunnen betogen dat klager strategisch heeft ingeschreven door stijgende staffeltarieven in te vullen.

De Commissie is van oordeel dat wanneer de strategie van klager toelaatbaar is, de door de andere inschrijvers gekozen strategie zeker ook toelaatbaar moet zijn, aangezien die laatste strategie in mindere mate gebruik maakt van de wegingsfactoren. De Commissie ziet derhalve geen redenen waarom de andere inschrijvingen ongeldig zouden zijn.

De klacht wordt derhalve ongegrond verklaard.