Advies 488: Opdracht voor het beheer van investeringsfondsen ten onrechte niet aanbesteed?

22 februari 2019
Publicatiedatum: 
woensdag, 10 april 2019

De klacht ziet op een opdracht voor het beheer van een tweetal investeringsfondsen die andere fondsen voeden, waaruit vervolgens risicokapitaal (venture capital) voor jonge en snelgroeiende innovatieve en/of technologische ondernemingen beschikbaar komt. Ondernemer gaat ervan uit dat het ministerie deze opdracht in strijd met de Aanbestedingswet 2012 onderhands heeft verleend en dat de opdracht had moeten worden aanbesteed. De Commissie acht de klacht in beginsel ongegrond omdat, voor zover al sprake is van een overheidsopdracht, het ministerie daarvan geen opdrachtgever is.

De vraag die vervolgens nog dient te worden beantwoord is of een subsidie van het ministerie, in de vorm van een lening aan een andere partij, indirect ook strekt tot vergoeding voor de beheerdiensten. Deze vraag kan in het midden blijven. In het veronderstelde geval dat deze subsidieverlening kwalificeert als een overheidsopdracht voor de beheerdiensten, is deze naar het oordeel van de Commissie van de Europese aanbestedingsplicht uitgezonderd op grond van artikel 2.24, aanhef en onder i, Aw 2012 dat ziet op diensten betreffende leningen. Naar het oordeel van de Commissie is bij een geslaagd beroep op artikel 2.24, aanhef en onder i, Aw 2012 tevens in overeenstemming gehandeld met Afdeling 1.2.1, in het bijzonder met artikel 1.4, lid 1 en 3, Aw 2012.

Voor zover is geklaagd dat de minister de Tweede Kamer onjuist zou hebben geïnformeerd, neemt de Commissie de klacht niet in behandeling. Het betreft immers geen handelen of nalaten dat binnen de werkingssfeer van de Aw 2012 valt.