Advies 495: Uitvoeringseis dat het papier moet voldoen aan de Dutch Procurement Criteria for Timber

(12 februari 2019)
Publicatiedatum: 
maandag, 1 juli 2019

Advies 495| Samenvatting

De klacht ziet op een Europese openbare procedure voor een raamovereenkomst met één ondernemer voor leveringen van drukwerk.

Klachtonderdeel 1

In dit klachtonderdeel stelt de ondernemer dat hij ten onrechte is uitgesloten van de aanbestedingsprocedure omdat zijn referentie voor kerncompetentie 3 ‘leveren van gepersonaliseerde brieven voor de afdeling gemeentelijke belastingen (aanslagen, aanmaningen, bijsluiters)’ ten onrechte is afgewezen.

Naar het oordeel van de Commissie is het duidelijk dat de ondernemer niet aan deze geschiktheidseis heeft voldaan, nu hij geen referentie heeft ingediend waaruit blijkt dat hij ervaring heeft met het leveren van gepersonaliseerde brieven, zoals aanslagen, aanmaningen en bijsluiters, voor een afdeling gemeentelijke belastingen. De referentie van de ondernemer is dus terecht afgewezen en hij is met recht uitgesloten van de aanbestedingsprocedure. Daarmee is klachtonderdeel 1 ongegrond.

Ten overvloede merkt de Commissie nog het volgende op. Het vragen van ervaring met opdrachten die voor de aanbesteder zelf zijn uitgevoerd, is natuurlijk niet proportioneel. Maar ook het vragen van ervaring met opdrachten die zijn uitgevoerd voor een afdeling gemeentelijke belastingen acht de Commissie in strijd met het beginsel van proportionaliteit gelet op het bepaalde in artikel 1.10 Aw 2012, artikel 2.93, lid 3 Aw 2012 en Voorschrift 3.5 F Gids Proportionaliteit. Nu de ondernemer zijn desbetreffende bezwaren te laat kenbaar heeft gemaakt is de klacht in zoverre ongegrond.

Klachtonderdeel 2

In dit klachtonderdeel stelt de ondernemer dat de winnende inschrijver niet voldoet aan de eis dat het papier moet voldoen aan de Dutch Procurement Criteria for Timber omdat zijn onderneming niet is gecertificeerd en dat hij om die reden uitgesloten had moeten worden. Naar het oordeel van de Commissie zullen alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers deze eis op dezelfde wijze uitleggen in die zin dat sprake is van een uitvoeringseis. Dit betekent dat alle inschrijvers in hun inschrijving moeten instemmen met deze eis en ten tijde van de uitvoering van de opdracht aan deze eis moeten voldoen.

Indien op voorhand duidelijk is dat een inschrijver tijdens de uitvoeringsfase niet zal voldoen aan een gestelde uitvoeringseis, moet de aanbestedende dienst hem uitsluiten. In beginsel mag een aanbestedende dienst echter afgaan op de juistheid van de verklaring van een inschrijver dat hij tijdens de uitvoering aan een bepaalde eis zal voldoen. Indien een andere inschrijver echter stelt dat de winnende inschrijver niet aan een bepaalde eis voldoet of zal voldoen en dit zodanig onderbouwt dat daarover gerede twijfel ontstaat, zal de aanbestedende dienst hier onderzoek naar moeten doen. Dit heeft de aanbesteder ook gedaan. Volgens de aanbesteder heeft de winnende inschrijver met bewijsstukken aangetoond tijdens de uitvoering van de opdracht volledig aan de uitvoeringseis te kunnen voldoen.

De Commissie constateert dat een opdrachtnemer ook aan de uitvoeringseis kan voldoen zonder zelf gecertificeerd te zijn. Indien de winnende inschrijver zelf niet gecertificeerd is, is het dus nog steeds mogelijk dat hij aan de uitvoeringseis zal voldoen. De Commissie acht klachtonderdeel 2 ongegrond.

Ten overvloede overweegt de Commissie nog het volgende. De Commissie meent dat de ondernemer voldoende concrete aanknopingspunten heeft gegeven om gerede twijfel te doen ontstaan over de vraag of de winnende inschrijver aan de uitvoeringseis voldoet of zal voldoen, te onderbouwen. In dat kader vraagt de Commissie zich af of de aanbesteder er niet beter aan had gedaan meer informatie aan de ondernemer te verstrekken zodat deze in staat zou zijn geweest na te gaan of de aanbesteder heeft kunnen beslissen dat de winnende inschrijver voldoende heeft aangetoond aan de uitvoeringeis te zullen voldoen.

Klachtonderdeel 3

In dit klachtonderdeel stelt de ondernemer dat de aanbesteder in strijd handelt met het beginsel van gelijke behandeling door ondernemer A, aan wie de opdracht is gegund, wel in de gelegenheid te stellen aan te tonen dat hij aan de eisen voldoet en de ondernemer die mogelijkheid niet te bieden ten aanzien van de geschiktheidseis.

Naar het oordeel van de Commissie heeft de aanbesteder niet in strijd gehandeld met het beginsel van gelijke behandeling door de winnende inschrijver – naar aanleiding van vragen van de ondernemer – in de gelegenheid te stellen aan te tonen dat hij aan een bepaalde uitvoeringseis voldoet. Naar het oordeel van de Commissie is er namelijk geen sprake van gelijke gevallen. Op basis van zijn inschrijving was op voorhand duidelijk dat de ondernemer niet voldeed aan een bepaalde geschiktheidseis. Met betrekking tot de winnende inschrijver was daarentegen niet op voorhand duidelijk dat hij niet aan de uitvoeringseis zou gaan voldoen. Uitsluiting is dan eventueel alleen mogelijk nadat de winnaar om verduidelijking is gevraagd. De Commissie acht ook klachtonderdeel 3 ongegrond.