Advies 577: Onderzoeksplicht aanbesteder bij gerede twijfel over geldigheid winnende inschrijver

(13 oktober 2020)
Publicatiedatum: 
vrijdag, 30 oktober 2020

De klacht ziet op een meervoudig onderhandse procedure voor een overheidsopdracht voor het leveren van zes voertuigen op basis van leasing. Geklaagd wordt dat de aanbesteder de winnende inschrijving ten onrechte niet als ongeldig terzijde heeft gelegd, omdat de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) niet in deze inschrijving was meegenomen. Ook wordt geklaagd dat de opdracht ten onrechte niet Europees aanbesteed is.

Klachtonderdeel 2

De Commissie begint bij de beoordeling van de klacht dat er ten onrechte niet Europees is aanbesteed. De ondernemer heeft ingeschreven met een bedrag ver boven de drempelwaarde. Dit wist of behoorde ondernemer te weten vóór inschrijving. Door pas na de reactie van aanbesteder op de bij de Commissie ingediende klacht een aanvullende klacht in te dienen dat de opdracht ten onrechte niet Europees is aanbesteed, heeft de ondernemer zijn bezwaren op een te laat tijdstip naar voren gebracht. Daarom acht de Commissie klachtonderdeel 2 ongegrond.

Ten overvloede gaat de Commissie nog inhoudelijk op de klacht in. De aanbesteder betwist niet dat de opdrachtwaarde hoger is uitgevallen dan de drempelwaarde van € 214.000 exclusief BTW. De aanbesteder stelt dat zijn inschatting vóór aanvang van de procedure was dat de waarde van de opdracht onder de drempelwaarde zou blijven. De Commissie vindt het opmerkelijk dat de geoffreerde bedragen van alle drie de inschrijvers ver boven de geraamde waarde van aanbesteder liggen, terwijl sprake is van een sterk concurrerende markt waarbij de prijzen over het algemeen niet ver uit elkaar liggen. De Commissie heeft dan ook haar twijfels of sprake is van een zorgvuldige raming van de waarde van de opdracht vóór aanvang van de meervoudig onderhandse procedure. Omdat ondernemer in dit kader onvoldoende proactief heeft gehandeld, laat de Commissie het bij deze opmerking.

Klachtonderdeel 1

In beginsel mag een aanbestedende dienst afgaan op de juistheid van de inhoud van een inschrijving en de verklaringen van een inschrijver. Indien een andere inschrijver echter stelt dat de winnende inschrijver niet aan een bepaalde eis voldoet of zal voldoen en dit zodanig onderbouwt dat daarover gerede twijfel ontstaat, zal de aanbestedende dienst hier onderzoek naar moeten doen.

Naar aanleiding van de mededeling van de gunningsbeslissing heeft de ondernemer een klacht ingediend bij de aanbesteder. De ondernemer heeft gesteld dat de andere twee inschrijvers niet geldig hebben ingeschreven omdat zij hebben ingeschreven exclusief BPM. Dit baseert de ondernemer op de ingediende inschrijfprijzen. In de daaropvolgende reactie geeft de aanbesteder aan dat na verificatie van de winnende inschrijver is gebleken dat hij heeft ingeschreven inclusief BPM. Naar het oordeel van de Commissie heeft de aanbesteder daarmee voldaan aan zijn onderzoeksplicht en de twijfel, voor zover deze was gebaseerd op hetgeen ondernemer op dat moment had aangevoerd, voldoende weggenomen.

In de bij de Commissie ingediende klacht heeft de ondernemer zijn standpunt nader onderbouwd. Naar het oordeel van de Commissie is op basis van die nadere onderbouwing opnieuw gerede twijfel ontstaan of in de inschrijving van de winnende inschrijver wel rekening is gehouden met alle kostencomponenten. Uit de reactie op de bij de Commissie ingediende klacht blijkt naar het oordeel van de Commissie onvoldoende dat de aanbesteder vervolgens heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Niet is gebleken dat de aanbesteder de winnende inschrijver heeft geconfronteerd met de argumenten van de ondernemer en dat – en op welke wijze – de winnende inschrijver de twijfel over de geldigheid van zijn inschrijving naar aanleiding van deze argumenten heeft kunnen wegnemen (zonder daarbij de rechtmatige commerciële belangen van de winnende inschrijver te schaden).

Naar het oordeel van de Commissie heeft de aanbesteder niet kenbaar voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Op basis van de haar ter beschikking staande informatie kan de Commissie echter niet beoordelen of de aanbesteder de inschrijving van de winnende inschrijver als ongeldig terzijde had moeten leggen. Daarmee kan de Commissie de klacht niet gegrond verklaren. De Commissie acht klachtonderdeel 1 dan ook ongegrond.

Aanbeveling

Indien een ondernemer meent dat de winnende inschrijver niet aan de eisen voldoet, beveelt de Commissie aan dat hij in een vroeg stadium een goede onderbouwing van zijn standpunt geeft. Dan kan een aanbestedende dienst op basis van deze argumenten in een vroeg stadium kritisch navraag doen bij de winnende inschrijver.