Advies 579: Aanbesteder vraagt ten onrechte om gelijke ervaring in plaats van vergelijkbare ervaring

(13 oktober 2020)
Publicatiedatum: 
vrijdag, 30 oktober 2020

De klacht ziet op een Europese niet-openbare procedure voor een overheidsopdracht voor ontwerpdiensten voor nieuwbouw van een school voor internationaal voortgezet onderwijs. Geklaagd wordt dat een bepaald selectiecriterium in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel doordat extra punten worden toegekend voor ervaring binnen internationaal voortgezet onderwijs.

Door te vragen naar ervaring binnen internationaal voortgezet onderwijs vraagt de aanbesteder naar het oordeel van de Commissie ten onrechte om gelijke ervaring in plaats van vergelijkbare ervaring. In plaats van te vragen naar ervaring binnen internationaal voortgezet onderwijs had aanbesteder kunnen en moeten vragen naar ervaring met de kenmerkende aspecten binnen het internationaal voortgezet onderwijs die voor hem van essentieel belang zijn. Dat dat mogelijk was, blijkt wel uit het feit dat aanbesteder deze aspecten heeft omschreven in de Nota van Inlichtingen en in de reactie op de bij de Commissie ingediende klacht. Daaruit leidt de Commissie de volgende aspecten af: het aantal vierkante meters per leerling, veel kleine werk- en spreekruimtes, hoge toegankelijkheidseisen en een gebouw dat uitnodigt tot verbinding, maar toch ook ruimte geeft voor eigenheid en veiligheid. Indien noodzakelijk kan om ervaring met een combinatie van bepaalde aspecten worden gevraagd. Niet valt uit te sluiten dat ook met het ontwerpen van andere gebouwen dan scholen voor internationaal voortgezet onderwijs aan deze aspecten kan worden voldaan. Daarbij denkt de Commissie bijvoorbeeld aan schoolgebouwen voor speciaal onderwijs voor kinderen met een handicap, chronische ziekte of stoornis. Bovendien zal ook niet elke school voor internationaal voortgezet onderwijs al deze aspecten in zich verenigen, zodat het de vraag is of aanbesteder met het door hem geformuleerde selectiecriterium voldoende zekerheid heeft gegadigden te vinden die daadwerkelijk ervaring hebben met het ontwerpen van gebouwen die voldoen aan de door aanbesteder gewenste kenmerken. Naar het oordeel van de Commissie is dit selectiecriterium dan ook in strijd met het proportionaliteitsbeginsel doordat extra punten worden toegekend voor ervaring binnen internationaal voortgezet onderwijs.

Dat met dit selectiecriterium nog geen 4% van het totaal te behalen punten kan worden behaald, doet aan het voorgaande niet af. Immers valt niet uit te sluiten dat de punten voor dit selectiecriterium voor de selectiebeslissing het verschil kunnen maken.

Daarmee acht de Commissie de klacht gegrond.