Dit advies ziet op een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor een raamovereenkomst voor het verduurzamen van terreinverlichting. Volgens ondernemer vallen werkzaamheden aan terreinverlichting die aanbesteder met de nieuwe raamovereenkomst wil inkopen al binnen de scope van de B&O-overeenkomsten die aanbesteder met klager heeft gesloten. Daarnaast klaagt ondernemer dat aanbesteder mogelijk ongeoorloofd gebruik heeft gemaakt van concurrentiegevoelige informatie, omdat ondernemer in het kader van de B&O-overeenkomsten al offertes heeft uitgebracht en eenheidsprijzen heeft verstrekt voor werkzaamheden aan terreinverlichting.
Ten aanzien van klachtonderdeel 1 stelt de Commissie vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de werkzaamheden aan terreinverlichting zowel onder de B&O-overeenkomsten als onder de nieuwe raamovereenkomst kunnen vallen. Uit de B&O-overeenkomsten, mede gelezen in het licht van de nota van inlichtingen, volgt volgens de Commissie niet dat aanbesteder zich een algemene of ongeclausuleerde bevoegdheid heeft voorbehouden om dergelijke werkzaamheden buiten de B&O-overeenkomsten in te kopen. Omdat de nieuwe raamovereenkomst overlapt met de B&O-overeenkomsten, had aanbesteder in de aanbestedingsstukken van die nieuwe raamovereenkomst op passende wijze moeten duidelijk maken dat de feitelijke afname onder de raamovereenkomst afhankelijk kan zijn van rechten en verplichtingen uit de B&O-overeenkomsten. De Commissie heeft zo’n voorziening niet aangetroffen. Daarmee handelt aanbesteder in strijd met het transparantiebeginsel. Klachtonderdeel 1 is gegrond.
Ten aanzien van klachtonderdeel 2 oordeelt de Commissie dat niet is gebleken dat aanbesteder ongeoorloofd gebruik heeft gemaakt van concurrentiegevoelige informatie van ondernemer. Het enkele feit dat aanbesteder beschikt over offertes of eenheidsprijzen van ondernemer en die informatie gebruikt als onderdeel van historische gegevens bij de voorbereiding of raming van een aanbesteding, is niet zonder meer ongeoorloofd. Wel moet aanbesteder zorgvuldig omgaan met dergelijke gegevens en mag hij vertrouwelijke informatie niet, ook niet indirect, openbaar maken als daarmee de mededinging kan worden vervalst. Ondernemer heeft echter niet concreet gemaakt dat aanbesteder offertes, eenheidsprijzen of andere bedrijfsvertrouwelijke informatie openbaar heeft gemaakt of op naar ondernemer herleidbare wijze heeft gedeeld. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.