De klacht van een brancheorganisatie in groenonderhoud en -voorzieningen gaat over een Europese openbare aanbesteding van een RAW-beeldbestek voor onderhoud aan bomen in het gebied van aanbesteder.
De brancheorganisatie klaagt onder meer dat het door aanbesteder gehanteerde RAW-beeldbestek afwijkt en daarmee in strijd is met de verplichte uitgangspunten van de RAW-systematiek, de aanbestedingsbeginselen en de Gids Proportionaliteit. Bovendien zou aanbesteder deze afwijking van de systematiek hebben moeten motiveren op grond van Voorschrift 3.9C Gids Proportionaliteit.
De Commissie oordeelt dat aanbesteder, door het uitgangspunt van kostenhomogeniteit te veronachtzamen, onvoldoende transparant heeft gemaakt welke werkzaamheden per eenheid werden verlangd en onvoldoende heeft gewaarborgd dat inschrijvers op basis van gelijke uitgangspunten konden inschrijven. Daarnaast acht de Commissie het disproportioneel dat de risico’s die voortvloeien uit het feit dat inschrijvers door het ontbreken van kostenhomogeniteit zelf invulling aan de opdracht moeten geven, bij aannemer zijn gelegd, terwijl aanbesteder deze risico’s het best kan beheersen. Ook acht de Commissie het disproportioneel van inschrijvers te verlangen dat zij door middel van locatieonderzoek de onderhoudstoestand van alle 6.852 bomen moeten vaststellen.
Tot slot ziet de Commissie af van een oordeel over de stelling dat aanbesteder in strijd met Voorschrift 3.9C Gids Proportionaliteit de RAW-systematiek niet integraal heeft toegepast en deze afwijking had moeten motiveren. De Commissie kan niet vaststellen dat de Standaard RAW Bepalingen en daarmee de RAW-systematiek paritair zijn opgesteld in de zin van Voorschrift 3.9C. Daarnaast vraagt zij zich af of de systematiek uit oogpunt van proportionaliteit voldoende toegankelijk en beschikbaar is voor alle inschrijvers.