Dit advies gaat over een Europese openbare aanbesteding voor een raamovereenkomst voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Aanbesteder heeft de aanbesteding na ontvangst van de inschrijvingen ingetrokken, omdat de artikelen 01.01.05 tot en met 01.01.07 van de Standaard RAW Bepalingen 2020 volgens hem niet, althans onvoldoende ondubbelzinnig, van toepassing waren verklaard op de aanbestedingsfase, en heeft de opdracht vervolgens opnieuw in de markt gezet. Ondernemer klaagt dat (i) aanbesteder de aanbesteding ten onrechte heeft ingetrokken, (ii) aanbesteder gehouden was de opdracht bij heraanbesteding wezenlijk te wijzigen en (iii) aanbesteder hem ten onrechte geen vergoeding van zijn inschrijfkosten heeft toegekend.
De Commissie neemt de onderdelen die zien op de intrekking van de aanbesteding en op de vergoeding van de inschrijfkosten niet in behandeling, omdat dit geen ontwerpklachten zijn. Het onderdeel dat ziet op de vraag of aanbesteder gehouden was de opdracht bij heraanbesteding wezenlijk te wijzigen, is wel een ontwerpklacht. De Commissie is van oordeel dat aan de oorspronkelijke aanbesteding geen procedureel gebrek kleefde dat aan een rechtmatige gunning in de weg stond. Daarmee bestond voor aanbesteder geen objectieve rechtvaardiging om de opdracht ongewijzigd opnieuw in de markt te zetten en was hij gehouden de opdracht bij heraanbesteding wezenlijk te wijzigen. De Commissie acht de klacht gegrond.