Dit advies betreft de aankondiging van vrijwillige transparantie waarin aanbesteder kenbaar maakt voornemens te zijn de opdracht voor ICT-voorzieningen ten behoeve van een Europees programma voor gegevensuitwisseling in de zorg onderhands te gunnen aan één ondernemer via een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging. Aanbesteder baseert zijn keuze voor deze procedure op het ontbreken van mededinging om technische redenen en de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten. Ondernemer meent dat aanbesteder geen beroep mocht doen op deze in de wet genoemde uitzonderingsgrond.
De Commissie is van oordeel dat ondernemer onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat aanbesteder niet de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging mocht toepassen. Ondernemer heeft zijn argumenten in algemene bewoordingen gesteld en/of geen concrete aanknopingspunten aangevoerd waaruit volgt dat een andere ondernemer dan de beoogde ondernemer de opdracht kan uitvoeren, dat een redelijk alternatief of substituut bestaat of dat de exclusiviteit aan aanbesteder kan worden toegerekend. De Commissie acht de klacht ongegrond.