Afwijking van RAW-systematiek ondoelmatig en disproportioneel

De klacht ziet op een Europese openbare procedure voor een raamovereenkomst met één ondernemer voor het vellen en rooien van bomen in een gemeente. De klacht dat het voorschrijven met welk werkmaterieel de werkzaamheden moeten worden verricht niet voldoende is gemotiveerd en daarmee in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel acht de Commissie gegrond. De klacht dat daarmee is toegeschreven naar de zittende aannemer acht de Commissie ongegrond.

Klachtonderdeel 1

De klacht, dat het voorschrijven met welk werkmaterieel de werkzaamheden moeten worden verricht, in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel en daarmee een afwijking vormt van de Standaard RAW 2015 en de paritair opgestelde UAV 2012 en dat de afwijking niet deugdelijk is gemotiveerd en derhalve in strijd is met voorschrift 3.9C van de Gids Proportionaliteit, acht de Commissie gegrond.

De Commissie is van mening dat er geen enkele reden voor aanbesteder is gebleken, om bij de toepasselijkheid van de Standaard RAW 2015 af te wijken van de systematiek van die Standaard. Daarmee heeft aanbesteder naar het oordeel van de Commissie in ieder geval een ondoelmatige uitvraag gedaan. Bovendien heeft aanbesteder, door ongemotiveerd af te wijken van het RAW contractmodel en de UAV 2012, het proportionaliteitsbeginsel geschonden.

Klachtonderdeel 2

De Commissie acht de klacht dat het voorschrijven met welk werkmaterieel de werkzaamheden moeten worden verricht, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel omdat daarmee is toegeschreven naar de zittende aannemer, ongegrond.

Ondernemer heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze wijze van uitvragen op het inschrijfformulier met zich brengt dat de aanbesteding zou zijn ontworpen met als doel om de zittende ondernemer te bevoordelen. De Commissie wijdt vervolgens enige overwegingen ten overvloede aan de gehanteerde prijsmethodiek.